

Nieuwsarchief
August 25, 2007
Rijden we vandaag door een tunnel dan?
Uit de PZC van 27 augustus
Rijden we vandaag door een tunnel dan?
door Koen de Vries
GOES - Wielrenner Niko Eeckhout vestigde zondag de aandacht op zich door in de Eneco Tour met drie medevluchters ruim 120 kilometer aan de leiding te rijden. Zou hij dat kunstje in de etappe van Terneuzen naar Nieuwegein willen herhalen? Tja, als het zou kunnen misschien wel, dacht de Belg voor de start op de Terneuzense Markt. Maar dan toch niet in het begin, want daar ligt de Westerscheldetunnel.
De 36-jarige Eeckhout, tweevoudig winnaar van de Delta Profronde, heeft in zijn carrière heel wat meegemaakt. Maar fietsen door een tunnel van 6,6 kilometer niet. Hij heeft er duidelijk schrik van. De Vlaming herinnert zich nog etappes in de Ronde van Italië, waar het peloton zich door tunnels perste die verlicht werden door slechts een enkel peertje. Ze waren aanmerkelijk korter dan de Westerscheldetunnel, maar levensgevaarlijk. Bijna op de tast bereikten ze het einde, een aantal gecrashte renners achterlatend. "Ik verwacht niet dat er renners zullen demarreren. Een tunnel is veel gevaarlijker dan een gewone weg. Het tempo zal niet hoog liggen", aldus Eeckhout.
Rabo-ploegleider Erik Dekker fronst zijn wenkbrauwen als hem gevraagd wordt of de Westerscheldetunnel een gevaarlijk obstakel is. "Rijden we door een tunnel dan?", reageert hij verrast. De viervoudig etappewinnaar in de Tour de France moet erkennen dat hij in zijn carrière nooit door zo'n lange tunnel gefietst is, maar het jaagt hem geen schrik aan. "Ik heb het er vanmorgen bij de voorbespreking niet over gehad. Die tunnel is toch goed verlicht. Ik zou niet weten waarom de renners niet in de tunnel zouden kunnen demarreren."
De organisatoren hebben ondanks het luchtige commentaar van Erik Dekker het zekere voor het onzekere genomen. De tunnel gaat voor alle verkeer een uur dicht, bij de ingang staan verschillende brandweerwagens en een takelwagen en de tolhuisjes - voor de renners gevaarlijke obstakels - worden 'bewaakt' door vele met fluitjes bewapende mannen in felroze hesjes.
Om een uur of twaalf rijden 150 renners in de tunnel. Drie gaan wat sneller dan de rest. Ze zijn er vanuit de start bij de sluizen van Terneuzen vandoor gegaan. De overige 147 dalen rustig af naar het diepste punt, zestig meter onder de zeespiegel.
Terwijl ze met de handjes op het stuur voortpeddelen, sprintten de Japanner Fumiyuki Beppu, de Fransman Pierre Drancourt en de Nederlander Matthé Pronk de helling op die naar de uitgang leidt. Boven liggen een premie van 500 euro en de fraaie kristallen Tunneltrofee te wachten.
De sprint wordt aanschouwd door veel toeschouwers. Geen onvertogen woord te horen over oponthoud. De dag van Beppu kan niet meer stuk. De Tunneltrofee gaat naar Japan.
Een paar kilometer verderop, bij de tolpoortjes, heeft het trio al een ruime voorsprong. Het peloton passeert op het dooie gemakje, vierenhalve minuut later. De 155 renners zijn zonder kleerscheuren voorbij. Niemand is flauwgevallen van de uitlaatgassen, want die zijn door de ventilatoren in extra hoog tempo weggeblazen. Ingo de Moor, woordvoerder van de NV Westerscheldetunnel, spreekt van een perfecte dag. De westbuis is maar een halfuurtje dicht geweest en de oostbuis drie kwartier.
Eigenlijk hadden Eeckhout en Dekker allebei een beetje gelijk. Er is niet gedemarreerd in de tunnel en gevaarlijk was het ook niet. Een hoge berg maakt toch veel meer los dan een diepe tunnel.
>>Drie renners ontsnappen bij de sluizen in Terneuzen en rijden samen de Westerscheldetunnel in. De sprint na de uitgang wordt gewonnen door Fumiyuki Beppu.
Rabo-ploegleider Erik Dekker fronst zijn wenkbrauwen als hem gevraagd wordt of de Westerscheldetunnel een gevaarlijk obstakel is. "Rijden we door een tunnel dan?", reageert hij verrast. De viervoudig etappewinnaar in de Tour de France moet erkennen dat hij in zijn carrière nooit door zo'n lange tunnel gefietst is, maar het jaagt hem geen schrik aan. "Ik heb het er vanmorgen bij de voorbespreking niet over gehad. Die tunnel is toch goed verlicht. Ik zou niet weten waarom de renners niet in de tunnel zouden kunnen demarreren."
De organisatoren hebben ondanks het luchtige commentaar van Erik Dekker het zekere voor het onzekere genomen. De tunnel gaat voor alle verkeer een uur dicht, bij de ingang staan verschillende brandweerwagens en een takelwagen en de tolhuisjes - voor de renners gevaarlijke obstakels - worden 'bewaakt' door vele met fluitjes bewapende mannen in felroze hesjes.
Om een uur of twaalf rijden 150 renners in de tunnel. Drie gaan wat sneller dan de rest. Ze zijn er vanuit de start bij de sluizen van Terneuzen vandoor gegaan. De overige 147 dalen rustig af naar het diepste punt, zestig meter onder de zeespiegel.
Terwijl ze met de handjes op het stuur voortpeddelen, sprintten de Japanner Fumiyuki Beppu, de Fransman Pierre Drancourt en de Nederlander Matthé Pronk de helling op die naar de uitgang leidt. Boven liggen een premie van 500 euro en de fraaie kristallen Tunneltrofee te wachten.
De sprint wordt aanschouwd door veel toeschouwers. Geen onvertogen woord te horen over oponthoud. De dag van Beppu kan niet meer stuk. De Tunneltrofee gaat naar Japan.
Een paar kilometer verderop, bij de tolpoortjes, heeft het trio al een ruime voorsprong. Het peloton passeert op het dooie gemakje, vierenhalve minuut later. De 155 renners zijn zonder kleerscheuren voorbij. Niemand is flauwgevallen van de uitlaatgassen, want die zijn door de ventilatoren in extra hoog tempo weggeblazen. Ingo de Moor, woordvoerder van de NV Westerscheldetunnel, spreekt van een perfecte dag. De westbuis is maar een halfuurtje dicht geweest en de oostbuis drie kwartier.
Eigenlijk hadden Eeckhout en Dekker allebei een beetje gelijk. Er is niet gedemarreerd in de tunnel en gevaarlijk was het ook niet. Een hoge berg maakt toch veel meer los dan een diepe tunnel.
>>Drie renners ontsnappen bij de sluizen in Terneuzen en rijden samen de Westerscheldetunnel in. De sprint na de uitgang wordt gewonnen door Fumiyuki Beppu.

