

Nieuwsarchief
August 26, 2007
Boogerd, Dekker, Ballan, Pena en de Zwarte Jesus
Uit de PZC van 27 augustus:
Boogerd, Dekker, Ballan, Pena en de Zwarte Jesus
door Frits Bakker
TERNEUZEN - Hoe klinkt een Russische wielrenner die een massaal publiek toespreekt met: "Goedemorgen Terneuzen." En hoe krijg je Thomas Dekker zo ver dat hij bekent: "Ik heb vannacht met Michael Boogerd geslapen en we hebben héél dicht achter elkaar gelegen." Zet een podium op de Markt van Terneuzen, zorg voor een heerlijk zonnetje, geef Kees Maas en René Vermeire een microfoon en je krijgt een wielershow om over na te praten.
Dan komt Matthé Pronk vertellen dat hij die dag vroeg in de aanval gaat (en hij doet het nog ook), trekt Michael Boogerd een halfuurtje uit om met al het vrouwelijk schoon te poseren en krijgt iedere renner die even zijn hand opsteekt een daverend applaus.
Maandagmorgen, in de uren voor de start van de vijfde etappe in de Eneco Tour. "Ik ga Ap den Doelder vragen of hij het startschot wil lossen", zegt Ron Barbé, die een dag eerder nog zo is geschrokken, omdat zijn medebestuurder met de ambulance uit de koers moest worden gehaald. En inderdaad verschijnt de Axelaar, nog maar net afgekoppeld van de slangen op de intensive care, even later op de startlocatie in Terneuzen.
Het vipcafé puilt weer uit van de sponsors en genodigden, het ontbijt staat copieus opgesteld en de eerste biertjes worden grif naar binnen geslagen. Maikel Harte, voormalig zanger van de Lamaketta's, klinkt uit de luidsprekers: "Wij, van Zeeuws-Vlaanderen, vallen altijd tussen wal en schip. We zijn geen Nederlanders en geen Belgen. Daarom hebben wij zo'n enorm alcoholprobleem."
"Heb jij wel eens van Kapitein Rooibos gehoord", vraagt de speaker aan een Belgische coureur. "Nee, nooit." Het Terneuzense publiek des te meer. Zelfs mevrouw Barbé maakt achter de dranghekken een vrolijk dansje.
De Fransman Stéphane Poulhie vraagt om een 'peu de vent' voor de etappe van vandaag. Alessandro Ballan, al winnaar van twee grote klassiekers dit jaar, heeft nog nooit in Nederland gewonnen. "Morgen wordt het mijn dag", voorspelt hij.
René Vermeire verzint ter plekke een vrije vertaling als de Spanjaard Jesus del Nero op het podium verschijnt. "Hier komt de Zwarte Jesus." Michael Boogerd wordt voor de rennersbus van Rabo toegesproken door een hartstochtelijke fan. "Michael, bedankt voor de mooie jaren", zegt de man met een zekere schroom. "Jij bent een voorbeeld geweest voor de jeugd." De renner knikt beleefd en er klinkt een beschaafd applaus op uit de menigte.
Victor Hugo Pena (33), in de nadagen van zijn carrière, mijmert over zijn glorieuze dagen, toen hij in de Tour vooral veel bidons moest ophalen voor Lance Armstrong. "Het wielrennen is een politiek spel geworden", filosofeert hij. Dat valt wel mee, zo blijkt die morgen in Terneuzen, waar de wielrenners nog gewoon van het publiek zijn en de kopstukken van het peloton de tijd nemen voor een praatje en een handtekening.
"Wat een schot in de roos, hè", glundert Jan Lonink, de burgemeester, aan de koffietafel. Het smaakt in elk geval naar meer. De Eneco nog een keer naar Terneuzen? "Ja, van ons mag het, want dit is zo'n geweldig succes." Maar Terneuzen mikt ook hoger. "Ik heb tegen Cees Priem gezegd: als jij de Ronde van Italië naar hier kunt krijgen, dan hebben wij nog wel ergens een tonnetje liggen."
"Waar is Ap den Doelder met zijn pistool?", vraagt de koersdirecteur vijf minuten voor het vertrek. Het schot klinkt en weg zijn ze. Op weg naar de sluizen, naar de officiële start en naar de ingang van de Westerscheldetunnel. Freewheelen naar dat donkere gat? Matthé Pronk denkt daar anders over en demarreert met nog twee andere vluchters.
De voorsprong loopt snel op en bedraagt in de buurt van Kapelle al tien minuten. Dáár duiken plotseling twee snelle meiden op, naast de kopgroep, in het tempo van de leiders. Anne Eversdijk en Lisa Phernambucq trappen even mee, maar blijven achter op een stuk vals plat. Nog even zwaaien en ze zijn uit het zicht. De koplopers ook. Weg uit Zeeland na twee dagen van prachtige wielersport, op weg naar weer een massasprint?
Maandagmorgen, in de uren voor de start van de vijfde etappe in de Eneco Tour. "Ik ga Ap den Doelder vragen of hij het startschot wil lossen", zegt Ron Barbé, die een dag eerder nog zo is geschrokken, omdat zijn medebestuurder met de ambulance uit de koers moest worden gehaald. En inderdaad verschijnt de Axelaar, nog maar net afgekoppeld van de slangen op de intensive care, even later op de startlocatie in Terneuzen.
Het vipcafé puilt weer uit van de sponsors en genodigden, het ontbijt staat copieus opgesteld en de eerste biertjes worden grif naar binnen geslagen. Maikel Harte, voormalig zanger van de Lamaketta's, klinkt uit de luidsprekers: "Wij, van Zeeuws-Vlaanderen, vallen altijd tussen wal en schip. We zijn geen Nederlanders en geen Belgen. Daarom hebben wij zo'n enorm alcoholprobleem."
"Heb jij wel eens van Kapitein Rooibos gehoord", vraagt de speaker aan een Belgische coureur. "Nee, nooit." Het Terneuzense publiek des te meer. Zelfs mevrouw Barbé maakt achter de dranghekken een vrolijk dansje.
De Fransman Stéphane Poulhie vraagt om een 'peu de vent' voor de etappe van vandaag. Alessandro Ballan, al winnaar van twee grote klassiekers dit jaar, heeft nog nooit in Nederland gewonnen. "Morgen wordt het mijn dag", voorspelt hij.
René Vermeire verzint ter plekke een vrije vertaling als de Spanjaard Jesus del Nero op het podium verschijnt. "Hier komt de Zwarte Jesus." Michael Boogerd wordt voor de rennersbus van Rabo toegesproken door een hartstochtelijke fan. "Michael, bedankt voor de mooie jaren", zegt de man met een zekere schroom. "Jij bent een voorbeeld geweest voor de jeugd." De renner knikt beleefd en er klinkt een beschaafd applaus op uit de menigte.
Victor Hugo Pena (33), in de nadagen van zijn carrière, mijmert over zijn glorieuze dagen, toen hij in de Tour vooral veel bidons moest ophalen voor Lance Armstrong. "Het wielrennen is een politiek spel geworden", filosofeert hij. Dat valt wel mee, zo blijkt die morgen in Terneuzen, waar de wielrenners nog gewoon van het publiek zijn en de kopstukken van het peloton de tijd nemen voor een praatje en een handtekening.
"Wat een schot in de roos, hè", glundert Jan Lonink, de burgemeester, aan de koffietafel. Het smaakt in elk geval naar meer. De Eneco nog een keer naar Terneuzen? "Ja, van ons mag het, want dit is zo'n geweldig succes." Maar Terneuzen mikt ook hoger. "Ik heb tegen Cees Priem gezegd: als jij de Ronde van Italië naar hier kunt krijgen, dan hebben wij nog wel ergens een tonnetje liggen."
"Waar is Ap den Doelder met zijn pistool?", vraagt de koersdirecteur vijf minuten voor het vertrek. Het schot klinkt en weg zijn ze. Op weg naar de sluizen, naar de officiële start en naar de ingang van de Westerscheldetunnel. Freewheelen naar dat donkere gat? Matthé Pronk denkt daar anders over en demarreert met nog twee andere vluchters.
De voorsprong loopt snel op en bedraagt in de buurt van Kapelle al tien minuten. Dáár duiken plotseling twee snelle meiden op, naast de kopgroep, in het tempo van de leiders. Anne Eversdijk en Lisa Phernambucq trappen even mee, maar blijven achter op een stuk vals plat. Nog even zwaaien en ze zijn uit het zicht. De koplopers ook. Weg uit Zeeland na twee dagen van prachtige wielersport, op weg naar weer een massasprint?


